De Evangeliën: Datering en Auteurschap

Motivatie

In September 2014 ben ik ooit begonnen met het onderzoeken van de vraag of God nu bestaat of niet. Via Christopher Hitchens en Richard Dawkins begon ik deze zoektocht. Als snel kwam ik erachter dat het hele theïsme versus atheïsme debat ontzettend breed is. Het gaat van Filosofie tot Biologie, van Kosmologie tot Geologie. En dan nog zijn er tal van onderwerpen die ik op dit moment niet genoemd heb. Na verloop van tijd kwam ik erachter dat het onmogelijk is, voor mij persoonlijk althans, om over alle onderwerpen alles te weten. Vanaf dat moment besloot ik me te richten op hetgeen wat ik het interessantste vond; de Bijbel, en met name het Nieuwe Testament. De “arguments from anger” van Hitchens had ik inmiddels achter me gelaten en Dawkins’ boek bleek een miskleun te zijn. In de tussentijd had ik een nieuwe inspirator gevonden; Bart Ehrman. Zijn bevlogenheid inspireerde mij om me verder te verdiepen in de Bijbel en het Christendom van de eerste eeuw.

Laat ik voorop stellen dat ik als atheist zijnde niets heb tegen het Christendom en Christenen. Waar ik vroeger misschien tot de “anti-theisten” behoorde, is mijn visie nu veel genuanceerder dan voorheen, mede omdat ik in aanraking ben gekomen met Christenen die beschikken over een open mindset en atheïsten die de allergrootste onzin uitkramen (Jesus Mythicists). Echter, ik ben wel tegen bepaalde vormen van het Christendom; Fundamentalisme en Conservatisme. Ik ben van mening dat je nog steeds prima Christen kunt zijn, zonder dat je van mening bent dat de Bijbel onfeilbaar en foutloos is. Theologisch is de Bijbel misschien onfeilbaar, historisch is hij dat zeer zeker niet. Er zijn in mijn optiek tal van mensen die deze visie prima kunnen uitdragen. Professor Dale Martin van Yale University is een uitstekend voorbeeld hiervan. Hij vertelt het eerlijke historische verhaal omtrent het Nieuwe Testament, maar is in zijn privé leven een gelovig Christen. Ik denk ook niet dat beiden elkaar per definitie in de weg zitten en dat elke praktiserende Christen automatisch een slechte bijbelgeleerde is. Een goede bijbelgeleerde (of historicus van de Bijbel) is, in mijn ogen, iemand die werkt volgens de principes van de Historische Methode en deze niet misbruikt voor theologische doeleinden.

Tot slot wil ik Radagast de Bruine van het Logos Instituut bedanken voor de uitnodiging en uitdaging. Misschien bedoelt hij het niet zo, maar ik zie het toch als een soort van erkenning. Zijn openingsbijdrage kun je hier terug vinden. Vervolgens zullen we beiden nog een rebuttal en een slotcommentaar plaatsen.


De Evangeliën als Literatuur

Voor Christenen zijn de evangeliën “Schrift” of “Scripture”, onderdeel van het Woord van God. Door deze bril worden de geschriften uit het Nieuwe Testament vaak begrepen. Echter is de Bijbel enkel “schrift” voor een groep mensen, niet voor iedereen.

“The text of the Bible is not scripture in itself It is scripture only to a community of people who take it as scripture. The text itself, any text, is not holy writing. Originally, the word in Latin (scriptura) meant simply “something written”, but we now take the word to mean holy writing, sacred writing. The writing, however, is not holy in itself. It is only holy to people who take it as holy” – Dale Martin – New Testament History and Literature, p. 2

Wanneer men zich in een historische studie wilt begeven van de Bijbel, dan dient men zich ook aan de regels te houden van de historische methode. Theologische presupposities dienen overboord te worden gegooid omdat God niet iets is wat je kunt bestuderen met de historische methode. We kunnen dus via de historische methode niet bewijzen, maar ook niet ontkrachten, dat het Nieuwe Testament “goddelijk geïnspireerd” is.

Ik behandel de geschriften van het NT dus als literatuur van zijn tijd en probeer hetgeen wat geschreven is ook te zien in de context van zijn tijd. Maar wat voor soort literatuur zijn de evangeliën dan als de historicus het niet kan beschouwen als schrift? Dat is een blogpost op zich, maar voor nu is het voldoende om te zeggen dat de evangeliën het beste  als Grieks-Romeinse biografieën beschouwd kunnen worden. Wat geleerden hebben gedaan is de evangeliën vergelijken met andere teksten uit die tijd en wat opviel is dat de evangeliën veel karakteristieken hebben van Grieks-Romeinse biografieën:

A. Normaliter zijn deze biografieën gebaseerd op orale en geschreven bronnen.
B. Deze biografieën waren minder geïnteresseerd wat er daadwerkelijk gebeurde op historisch vlak, maar meer bezig met het overbrengen van de persoonlijkheid van het hoofdpersonage via zijn/haar woorden, daden en interacties.
C. Omdat mensen in de oudheid dachten dat iemands personage vrijwel constant bleef  tijdens iemands leven, werd er geen gebruik gemaakt van “Character Development”.
D. Ze beschreven vaak het personage van het hoofdfiguur helemaal aan het begin van het verhaal.



De Anonimiteit van de Evangeliën

Er zijn tal van voorbeelden Grieks-Romeinse biografieën geschreven door mensen als: Plutarch, Suetonius, Tacitus en Philostratus. Echter is de mening van de mainstream geleerden dat we niet weten wie de auteurs waren van de evangeliën:

“We do not know who wrote the Gospels. They presently have headings: “according to Matthew”, “according to Mark”, “according to Luke” and “according to John”. These men – Matthew, Mark, Luke and John – really lived, but we do not know that they wrote Gospels. Present evidence indicates that the Gospels remained untitled until the second half of the second century.” – E.P. Sanders – The Historical Figure of Jesus (p. 63/64)

We hebben dus geen vroege attestatie dat de evangeliën de namen hadden die nu ze hadden. Maar waarom denken geleerden dat de evangeliën anoniem waren? Behalve het ontbreken van vroege attestatie, waar ik zometeen op terug kom, zijn er nog andere redenen waarom de mainstream van mening is dat we niet weten wie de evangeliën schreven:

“Another option is that the authors did not name themselves because they thought their narratives assumed greater authority if told anonymously. If the Gospel stories about Jesus are claimed by a particular author, then in some sense they seem to lose their universal appeal and applicability; they are seen as one person’s version of the story, rather than “the” version of the story.” – Bart Ehrman – Jesus Interrupted (p. 223)

“For many hundreds for years eastern narratives were issued anonymously, whereas books of prophecy, wisdom or poetry were not. Anonymity raised its credit. A nameless narrative seemed like “the” story and could not be attacked from personal bias or ignorance; anonymous authors escape their own errors or lies. ” – Robin Lane Fox – The Unauthorised Version: truth and fiction in the Bible. (p. 96)

“It is also intrinsically probable that the Gospels originally were headed only “the Gospel (good news) about Jesus Christ” or something of the sort, and did not give the names of their authors. The authors probably wanted to eliminate interest in who wrote the story and to focus the reader on the subject. More important, the claim of an anonymous history was higher than that of a named work. In the ancient world an anonymous books, rather like an encyclopaedia article today, implicitly claimed complete knowledge and reliability. It would have reduced the impact of the Gospel of Matthew had the author written “this is my version” instead of “this is what Jesus said and did”. – E.P. Sanders – The Historical Figure of Jesus (p.66)

Dus om de geloofwaardigheid van de “historical narrative” te verhogen, was anonimiteit gewenst. De waarschijnlijkheid van anonimiteit wordt verhoogd omdat de auteurs zich nergens identificeren in de evangeliën.


De Evangeliën als Ooggetuigenverslagen

De traditionele visie is dat de evangeliën ooggetuigenverslagen zijn of daarop gebaseerd zijn. De mainstream scholarship heeft dat idee al een tijd lang losgelaten. De auteurs van de evangeliën beweren nergens ooggetuigen te zijn en claimen ook nergens ooggetuigen gesproken te hebben. In Lucas 1:1 kan je lezen dat hij zich beroept verhalen die ten ronde gingen ooit begonnen door ooggetuigen, maar hij claimt nergens een ooggetuige gesproken te hebben. Ditzelfde geldt voor alle andere evangeliën.


Het Ontbreken van Vroege Attestatie en Papias

“1st Clement quotes Gospels, Ignatius quotes Gospels, Polycarp quotes Gospels, Justin quotes Gospels. They will quote sayings but they’ll never say that it’s from the Gospel of Mark or Matthew etc. Papias doesn’t do that either. It’s not until you get to Irenaeus in the year 180 or 185, that you have any author saying that the Gospels are Matthew, Mark, Luke and John. This is the first time that we know that our Gospels go by this name.” – Bart Ehrman in debate with Richard Bauckham

We hebben dus verschillende vroege kerkvaders die evangeliën quoteren, maar tot aan Irenaeus in 180/185 is er geen die zegt uit welk evangelie er gequoteerd werd. Het ontbreekt dus aan vroege attestatie.

Kervader Papias wordt ook genoemd om de attestatie vroeger te maken. Echter meldt Papias dat Mattheus in het Hebreeuws is geschreven en de “logia” van Jezus bevat en dat Marcus berust op Petrus’ versie van het verhaal. In beide gevallen zitten we echter met de volgende problemen: Mattheus is een originele Griekse compositie en niet geschreven in het Hebreeuws. De mainstream visie is dat Mattheus is gebaseerd is op Marcus. Tevens vertelt Mattheus ons niet enkel de “logia” van Jezus, maar bevat een verzameling van de woorden, daden en gebeurtenissen van het leven van Jezus. Het is dus hoogstonwaarschijnlijk dat Papias hier naar het Mattheus refereert wat wij heden ten dage kennen.

Wat betreft Papias’ verwijzing naar Marcus is het om een aantal reden moeilijk te geloven dat hij het over het Marcus van nu heeft. Marcus leest niet als de versie van Petrus, dat blijkt uit geen enkele plek in de tekst. Sterker nog, bij het lezen van Marcus krijg je niet het idee dat je de versie aan het lezen bent van wie dan ook. Wanneer je Marcus hard op leest, dan duurt het zo’n twee uur voordat je het evangelie uit hebt gelezen. Is het geloofwaardig dat Petrus slechts twee uur aan informatie had over Jezus? Petrus, die dag en nacht rondom Jezus was?


Geletterdheid in het Romeinse Rijk en Palestina

De eerste volgers van Jezus waren enkel laagopgeleide Aramees sprekende Joden afkomstig van het platteland, vissers. Zij genoten geen opleiding, werkten zes dagen in de week en hielden zich aan de Sabbath. Het is dus hoogstonwaarschijnlijk dat zij konden lezen en schrijven, laat staan een werk schrijven in hoogwaardig Grieks.

“Literacy levels were so low in the Roman Empire of this time that it has been estimated that not more than 10 precent of people, and probably fewer, could read and write. Many people may have been able to read a bit, but not write, the two skills being quite different. Then, as always, writing required much more education than simple reading.”– Dale Martin – New Testament History and Literature (p. 207)

Voor het Joodse Palestina van de eerste eeuw zijn de cijfers nog lager:

“It is no exaggeration to say that the total literacy rate in the land of Israel at that time (of Jews only of course), was probably less then 3 percent.” – Catherine Hezser – Jewish Literacy in Roman Palestine (p. 35)

Degenen die wel konden lezen en schrijven waren de rijken; mensen die een opleiding konden veroorloven. Een andere groep die kon lezen en schrijven waren getrainde slaven en er is geen reden om te denken dat we in het geval van Jezus eerste volgers te maken hebben met getrainde slaven.

Een vraag die je kunt stellen is: hoeveel schrijvers kennen we uit het Joodse Palestina van de eerste eeuw? Slechts één, Josephus. En hij behoorde tot de hoogopgeleide aristocraten.

“My compatriots admit that in our Jewish learning (par” hëmin paideian) I far excel them. But I labored hard to steep myself in Greek prose [and poetic learn- ing], after having gained a knowledge of Greek grammar; but the constant use of my native tongue (patrios . . . synëtheia) hindered my achieving precision in pronunciation. For our people do not welcome those who have mastered the speech of many nations or adorn their style with smoothness of diction, because they consider that such skill is not only common to ordinary freemen but that even slaves acquire it, if they so choose. Rather, they give credit for wisdom to those who acquire an exact knowledge of the Law and can interpret the Holy Scriptures. Consequently, though many have laboriously undertaken this study, scarcely two or three have succeeded (in it) and reaped the fruit of their labors” – Josephus – Antiquities of the Jews 20 (p. 263)

Niet alleen geeft Josephus aan dat hij, aan hoogopgeleide aristocraat, moeite heeft met het schrijven in het Grieks, hij vertelt ons ook dat de Joden in die tijd andere zaken aan hun hoofd hadden.

Het is ook niet aannemelijk om te denken dat de eerste volgers Grieks spraken. Hoewel de volgende passage over Jezus gaat, is hij ook van toepassing op zijn eerste volgelingen:

“It is true that Greek was spoken in the major cities of Galilee (all two of them) among the cultured elite. But Jesus was not from a major city and was not a member of the cultured elite. There is no evidence to indicate he ever (EVER!) went to one of the large cities of Galilee (Sepphoris or Tiberius), let alone that he was educated or cultured there, or took language classes at the local high school. Sepphoris is never, ever mentioned in the New Testament. It is not helpful to say that Jesus could / would have walked there from Nazareth. Most lower class rural people then (and now, for that matter, although things are much better since they invented bicycles, motorcycles, trains, and cars) did not travel *at all*. If someone was a common laborer, he worked six days a week. And he had no money for travel. And the one day a week that he could travel, if he was a Jew, because he did not have to work, he could not travel, because it was the Sabbath.

In Nazareth Jesus would have had zero reason to learn Greek, and probably no way to learn Greek. Rural Galilee was completely Jewish (culturally) and thoroughly Aramaic (linguistically). Even when Jesus was an adult, there is no reference to him visiting a major city (until he goes to Jerusalem at the end of his life), or speaking Greek, or knowing Greek. He was a rural Jew in the Jewish hinterlands of Galilee. He almost certainly could not speak Greek.” – Bart Ehrman – Ehrmanblog: Did Jesus Speak Greek (www.ehrmanblog.com)


Marcus

Voor ons is Marcus misschien een obscuur persoon, een voetnoot in de vroeg-Christelijke geschiedenis,  maar dat wil niet zeggen dat de oude Christenen er zo over dachten. Overigens is het geen vreemd verschijnsel dat een schrijfsel een titel kreeg van een “obscuur” persoon. Thomas, Nicodemus, Filippus; allemaal hebben zij schrijfsels op “hun” naam staan. Marcus was dus waarschijnlijk geen obscuur figuur in het Christendom van de eerste twee eeuwen. Hij verschijnt op twee sleutelmomenten in Handelingen 12 en 15, was volgens Handelingen 15 de reisgezel van Paulus, wordt genoemd in een van de authentieke brieven van Paulus (Filemon 1:24) en in twee vervalsingen geschreven in Paulus’ naam (Kollossenzen 4:10 en Timotheus 4:11).

Traditioneel wordt Marcus gezien als de “interpreter” van Petrus. Dit is vanwege de verwijzing van Papias. Maar zoals ik al eerder beschreef, is er geen enkele reden om te denken dat Papias gelijk had. Als Marcus daadwerkelijk het evangelie schreef zoals Petrus dat beschreef, waarom heet het dan niet het Evangelie van Petrus? Waarschijnlijk omdat Petrus ongeschoold was, Handelingen 4:13 is er duidelijk over.

Zij nu, ziende de vrijmoedigheid van Petrus en Johannes, en vernemende, dat zij ongeleerde en slechte mensen waren, verwonderden zich, en kenden hen, dat zij met Jezus geweest waren. – Handelingen 4:13

Verder is het evangelie waarschijnlijk niet vernoemd naar Petrus omdat tegen de tijd dat de evangeliën wel een naam kregen, er al een evangelie van Petrus rond ging.

Volgens Kollossenzen 4:10 is Marcus de neef van Barnabas, maar er is geen reden om aan te nemen dat dit ook echt het geval was. De brief aan de Kollossenzen is slechts een bron en de bron is hoogstwaarschijnlijk ook nog eens een vervalsing, een brief niet geschreven door Paulus. Het is wederom een blogpost op zich om te beschrijven waarom dit het geval is, maar ik zal hier een toelichting geven:

“The high Christology of Collosians also clashes with Paul’s Christology. Paul certainly believe that Christ was divine and was to be worshiped. He calls him “Lord” in the same way he calls God “Lord”. But Paul never completely equates Jesus with “God”. In fact, there are places where Paul implies that Jesus is inferior to God in ways that many in the church would later consider heretical. In 1 Corinthians 11:2/16, Paul is trying to persuade women to veil their heads when praying or prophesying. In order to explain why women should be veiled but not men, Paul constructs a hierarchy: Christ is the head of man; man is the head of woman; and God is the head of Christ (1:3). Just a Paul needs a hierarchical relationship between man and woman for his argument to work, and just as he obviously accepts hierarchical relationship between Christ and man, some must be assuming one also between God and Christ. God is superior to Christ.” – Dale Martin – New Testament History and Literature (p. 257)

In de authentieke brief van Paulus “Philemon” wordt er ook melding gemaakt van een Marcus, maar behalve vers 1:24 krijgen we geen informatie over wie die Marcus is. 1 Petrus 5:13 maakt melding dat Marcus de zoon zou zijn van Petrus. Het is een beetje vergezocht om te denken dat Marcus en de zoon van Petrus zou zijn en de neef van Barnabas. Er is dus geen indicatie om te denken dat Marcus ook echt de auteur was van het Evangelie van Marcus.


Mattheus

Dat het evangelie van Mattheus “Mattheus” werd genoemd, kunnen we niet verder terug volgen dan tot aan 180/185. Justin quoteert het evangelie, maar vermeldt er nooit bij dat hij uit Mattheus quoteert. De vermelding van Papias had weer andere problemen zoals we zagen. Ook Mattheus claimt niet geschreven te zijn door Mattheus, sterker nog, hij spreekt over Mattheus in de derde persoon.

Mattheus wordt in Mattheus 9 gepresenteerd als een tollenaar. Als dat daadwerkelijk het geval was geweest, dan zou dat betekenen dat hij Aramees sprak en niet in staat was om een hoogwaardig Grieks werk te schrijven. Er is niets wat je doet vermelden dat Mattheus tot de groep behoorde die dat wel kon. Zijn werk als tollenaar veronderstelt ook niet dat hij geletterd was. We weten niet hoe hoog hij in de organisatie geplaatst was (waarschijnlijk was hij het type persoon dat kwam aankloppen bij mensen om ze te vertellen dat ze moesten betalen) en voor het innen van geld was geen leesbekwaamheid nodig. Er zijn genoeg ongeletterde mensen die wisselgeld kunnen terug geven wanneer ze iets afrekenen. Mattheus zou dan vooral moeten optellen en aftrekken en dit staat natuurlijk niet gelijk aan het opstellen van een Grieks schrift a la het niveau van het Evangelie van Mattheus.

Hoe het belastingsysteem werkte ging als volgt: organisatie in de provincies zorgen voor hete innen van de belastingen. Er werd een X bedrag afgesproken dat geint moest worden in Rome en alles daarboven mochten ze zelf houden en als winst beschouwen. De hooggeplaatsten binnen de organisatie konden misschien wel lezen en schrijven, maar zij inde de belastingen niet zelf. Daar hadden ze managers voor en zij hadden weer mensen onder hen die aan de deur kwamen kloppen. Niets in Mattheus 9 doet vermoeden dat Mattheus een van de hooggeplaatsten was.

Bijbelgeleerden zijn tegenwoordig van mening dat Mattheus bestaat uit verschillende bronnen. Hij kopieert van Marcus en deelt samen de “Q” bron met Lucas. De rest van de bronnen worden onder de naam “M” geschaard. Het is dus moeilijk om te geloven dat iemand die dag en nacht rondom Jezus was, niet zijn eigen verhaal zou vertellen maar zich beroept op al ten ronde gaande bronnen.

Wat verder opvallend is, is dat de andere evangeliën nooit spreken over “Mattheus de tollenaar”. Zij verwijzen steeds naar “Levi”. Dit zijn natuurlijk niet twee verschillende vormen van dezelfde naam. Soms wordt aangedragen dat mensen zowel een Griekse als een Joodse naam hadden, maar ik zou graag willen aandragen dat de “twaalf apostelen” geen exact nummer waren.

“It is not the case that Jesus had just twelve disciples. It appears that he had somewhat more, but he spoke of the Twelve in order to indicate that his mission was to all Israel as well as his expectation that Israel would be fully restored in the coming kingdom. In reality Jesus had a group of followers, at any one time numbering more or less twelve. Some of the minor followers fell away, so that later the early Christians did not agree precisely on who counted as among the Twelve. He himself, however, used the number asa a symbol of his mission and his hope.” – E.P. Sanders – The Historical Figure of Jesus (p. 122)


Lucas en Handelingen

De auteur van Lucas en Handelingen is waarschijnlijk dezelfde persoon geweest. Traditioneel wordt Lucas gezien als een reisgezel van Paulus en als dokter. Dit is gebaseerd op een passage uit Kollosenzen 4:14 en die brief is hoogstwaarschijnlijk niet geschreven door Paulus, maar een vervalsing in Paulus’ naam. Er wordt ook een Lucas genoemd in Philemon 1:24, een brief die tot de “undisputed letters” behoort weliswaar, maar verder wordt er niets over deze Lucas verteld.

Verder wordt het argument vaak aangedragen dat Handelingen door een reisgezel van Paulus geschreven moet zijn. Het bewijs hier voor zouden de “wij” passages zijn in de tekst. Ik kom er zometeen op terug. Eerst wil ik aangeven dat er tal van discrepanties zijn tussen wat Handelingen vertelt over Paulus en wat Paulus zelf zegt.

“Paul’s theology and preaching differ between Acts and the letters. Other differences are in Paul’s attitude towards pagans, his relationship to the Jewish law, his missionary strategy, and this itinerary. At just about every point where it is possible to check what Acts says about Paul with what Paul says about himself in his authentic letters, there are discrepancies. The conclusion is hard to escape that Acts was probably not written by one of Paul’s travelling companions” – Bart Ehrman – Forged (p. 208)

“Acts portrays Paul as having grown up and been educated in Jerusalem, even at the feet of Gamaliel, a famous first-century rabbi and Pharisee (Acts 22:3). That is very unlikely. Paul never mentions it, even when it could have been useful for him, as in Philippians. Paul also speaks fluent Hebrew in Acts. But Paul never gives an indication in his letters that he read Hebrew or spoke Aramaic. To judge by his writing style and the fact that the version of Jewish scripture he used was Greef, and by the apparent fact that he grew up in an urban environment in the Roman East, Paul’s first language was probably Greek. (That he was from Tarsus is found only in Acts and may or may not reflect actual history) We have no reason to suppose that he spoke or read Hebrew. Many urban Jews outside of Palestine did not.” – Dale Martin – New Testament History and Literature (p. 204)

Handelingen geeft dus geen adequaat historisch beeld van Paulus en dat is toch vreemd wanneer het door een reisgezel geschreven zou moeten zijn.

Tijdens 4 momenten in Handelingen schakelt het verhaal over in de “wij” vorm, de auteur lijkt zichzelf hier toe te voegen aan het verhaal. Dit gebeurt in Handelingen 16:10/17, 20:5/15, 21:1/18 en 27:1 tot 28:16. De reden waarom is waarschijnlijk omdat de auteur graag wilde dat de lezers dachten dat hij een reisgezel van Paulus is geweest. Dit zou de geloofwaardigheid van zijn boek een boost geven. Dat het niet geloofwaardig is dat het daadwerkelijk een reisgezel is geweest van Paulus, staat hierboven uitgelegd.

Maar hoe kwam het Evangelie dan aan zijn naam? Handelingen houdt zich onder andere bezig met de verspreiding van het geloof onder het “Gentile” publiek en wie waren de “Gentiles” in de aanwezigheid van Paulus? Demas, Epaphras en Lucas de dokter. Demas had Paulus verlaten (2 Timotheus 2:10) en Epaphras is de stichter van de kerk in Kollosae, maar die kerk wordt nooit genoemd in Handelingen. Dus blijft Lucas over.


Johannes

Volgens Handelingen 4:10 was Johannes ongeletterd, het is dus haast onmogelijk dat hij zijn evangelie geschreven heeft. Zeker wanneer je in ogenschouw neemt dat Johannes de zoon van Zebedee een visser was en vissers kregen geen opleiding.

Polycarp en Papias melden beiden dat ze Johannes gekend hebben. Polycarp was een discipel van Johannes en Papias secretaris. Er is echter geen reden om te denken dat beiden Johannes daadwerkelijk gekend hebben en dat beiden enkel melding maken om hun eigen autoriteit een boost te geven. Echter hebben we een brief van Polycarp waarin hij Marcus, Mattheus en Lucas quoteert, maar niets van Johannes. Dat is vreemd wanneer Polycarp Johannes gekend zou hebben. Eusebius quoteert Papias alleen over Marcus, Mattheus en Lucas maar nooit over Johannes. En dat is wederom vreemd als Papias Johannes gekend zou hebben.

Er is geen reden om te denken dat Johannes de “geliefde discipel” het evangelie geschreven zou hebben. Het evangelie lijkt daar aanleiding voor te geven, maar wanneer je het betreffende vers goed leest, dan valt er iets op:

“Dit is de discipel die van deze dingen getuigt en deze dingen beschreven heeft; en wij weten dat zijn getuigenis waar is.” – Johannes 21:24

Door het gebruik van het woordje “wij”, differentieert de auteur tussen de geliefde discipel en wij (de auteur).


Datering van de Evangeliën

De consensus dateringen van de Evangeliën zijn: Marcus (70 CE), Mattheus en Lucas (80/85 CE) en Johannes (90/95 CE). Natuurlijk zijn er scholars die afwijken van de dateringen, maar de consensus houdt vast aan he bovenstaande. Hoe komen de scholars op deze dateringen?

Jezus stierf rond het jaar 30 CE en dus kunnen we vaststellen dat de evangeliën in ieder geval na dat jaar geschreven zijn. Justin quoteert Evangeliën, die hij memoires van de apostelen noemt, rond 150 CE. Justin quoteert uit alle vier de evangeliën, maar noemt ze niet bij naam. De Evangeliën zijn dus waarschijnlijk geschreven ergens tussen 30 CE en 150 CE.

Aangenomen wordt dat Paulus onze oudste Christelijke auteur was, hij schreef zijn brieven tussen 50 CE en 60 CE. Paulus kende veel Christelijke communes vanwege zijn veel reizen maar maakt nooit melding van het bestaan van Evangeliën. Verder, als het klopt dat de Evangeliën (met name Marcus), gebaseerd zijn op orale tradities, dan is een hele vroege datering onwaarschijnlijk. De gesproken taal in Galilea was Aramees. De evangeliën zijn geschreven in het Grieks. Het heeft natuurlijk tijd gekost voor de verhalen over Jezus om van het Aramees in het Grieks terecht te komen. Waarschijnlijk jaren.

Marcus wordt over het algemeen beschouwt als het eerste Evangelie. De vraag is echter of Marcus geschreven is voor de Joodse oorlog of daarna. Het gros van de scholars denkt daarna. Mede omdat Marcus 13 verwijst naar de vernietiging van de Tempel. Overigens is het interessant om op te merken dat deze “profetie” van Jezus nooit uitgekomen is aangezien er nog altijd een deel van de Tempel staat in Jeruzalem.

Mattheus en Lucas hebben beiden Marcus gebruikt als een van hun bronnen en verwijzen ook naar de vernietiging van de Tempel (Mattheus 22:7 en Lucas 21:24), deze evangeliën moeten dus later geschreven zijn. Het duurt enige tijd voordat een evangelie in circulatie kwam (alles werd handmatig overgeschreven destijds), dus een schatting dat Mattheus en Lucas 10/15 jaar later geschreven zijn is reëel.

Johannes wordt gezien als het laatste van de vier canonieke evangeliën dat geschreven is. Mede omdat de theologische ideeën (high Christology) verder ontwikkeld zijn in Johannes dan in de Synoptische evangeliën. Sommige scholars plaatsen Johannes in begin tweede eeuw, maar over het algemeen wordt aangenomen dat Johannes geschreven werd ergens rondom 90 CE. Mede omdat Johannes zich bezig houdt met de Joodse afwijzing van de Christelijke boodschap en zich nog niet bezig houdt met Christologische ketterijen zoals die bijvoorbeeld gevonden kunnen worden in Ignatius.


 

Advertisements

One thought on “De Evangeliën: Datering en Auteurschap

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s