De Evangeliën: Datering en Auteurschap, Rebuttal

Inleiding

Dit is het tweede deel van het geschreven debat wat ik heb met Radagast de Bruine over het auteurschap en de datering van de canonieke evangeliën. Zijn openingsstatement kun je hier terug vinden.

Voordat ik verder ga met wat Radagast vertelt in zijn openingsstatement, wil ik hem bedanken voor zijn uitstekende stuk. Hoewel we beiden van visie verschillen over heel veel zaken, doet het me deugd om dit debat te kunnen voeren met iemand die zo goed ingelicht en ingelezen is als Radagast. Mijn complimenten voor zijn stuk.


Marcus als eerste Evangelie

Welk evangelie als eerste geschreven werd is niet het onderwerp van de discussie, maar ik vind dat ik het hier toch over moet hebben omdat dit van belang is voor een aantal zaken in deze discussie, met name de betrouwbaarheid van Papias wanneer hij spreekt over de Hebreeuwse versie van Mattheus.

“Als eerste schreef de apostel Mattheüs, een van de twaalf discipelen en voorheen tollenaar, een evangelie in het Hebreeuws of Aramees.”Radagast de Bruine

De consensus is dat Marcus als eerste zijn evangelie schreef en dat Mattheus en Lucas beiden Marcus gebruikte als bron voor hun evangelie. Dit is een verklaring voor het “Synoptische probleem”. Een verklaring die tracht te verklaren waarom Marcus, Mattheus en Lucas zo veel overlap hebben in hun tekst. De scholars spreken dus, over het algemeen, over “Markian priority”, Markiaanse prioriteit, Marcus als eerste evangelie. En dat heeft een aantal duidelijke redenen;

1. Grammaticale en “esthetische” veranderingen in de tekst:
Soms gebruikt Marcus Grieks dat een beetje vreemd is en niet helemaal grammaticaal klopt. Tevens maakt hij gebruik van ongewone woorden. Deze problemen komen echter niet voor in Mattheus en Lucas wanneer ze een verhaal vertellen wat ook in Marcus voorkomt, de problemen daar lijken te zijn weggepoetst.

2. De lengte van het evangelie:
Als Marcus Mattheus als bron gebruikte, waarom zou hij zoveel goede verhalen over Jezus uit zijn versie laten? Zou hij een beknopte versie willen hebben maken van Mattheus? Dit kan natuurlijk, maar bijna iedere keer wanneer Marcus en Mattheus hetzelfde verhaal vertellen, dan is de versie van Marcus langer. Dit lijkt niet op een beknopte versie. Een ander probleem wat zich voordoet wanneer je “Mathean priority” aanhoudt, is dat het onmogelijk wordt om te verdedigen dat Marcus gebaseerd is de verhalen van Petrus. Dit omdat Marcus dan gebaseerd is op Mattheus.

3. Patronen van overeenstemming:
Alle drie synoptische evangeliën delen verhalen. Soms delen Marcus en Mattheus een verhaal en wijkt Lucas een beetje af. Soms delen Marcus en Lucas een verhaal en wijkt Mattheus af. Maar zelden zijn Mattheus en Lucas in overeenstemming met elkaar en wijkt Marcus daar van af.

Er zijn nog een aantal redenen meer om te denken dat “Marcus” als eerste zijn evangelie schreef, maar voor nu lijkt me dit voldoende.

Je komt dus in de problemen wanneer je stelt dat Mattheus als eerste zijn evangelie schreef in het Aramees/Hebreeuws. Marcus is waarschijnlijk als eerste geschreven en Marcus is een originele Griekse compositie. Als Mattheus Marcus als bron gebruikte, dan gebruikte hij een Griekse bron en geen Aramese/Hebreeuwse bron. Verder is er geen reden in de tekst van Mattheus zelf om te denken dat het hier om een Griekse vertaling gaat van een Aramees/Hebreeuwse tekst. Sterker nog, er zijn duidelijke aanwijzingen dat Mattheus gebruik maakte van de Septuagint, de Griekse vertaling van de Joodse bijbel. Een voorbeeld hiervan is de verkeerde vertaling van Jesaja 14. Het Hebreeuwse woord “almah” (jonge vrouw) is hier vertaald naar het Griekse “parthenos” (maagd). Mattheus heeft deze vertaling gebruikt voor zijn verhaal over de voorspelling dat de messias geboren zou worden uit een maagd. Het is moeilijk voorstellen dat Mattheus in het Aramees/Hebreeuws schreef en de Griekse vertaling van de Joodse Bijbel gebruikte.

Papias en kerkvaders zoals Pantaenus, die een Hebreeuws evangelie van Mattheus aantrof in India, en Hiëronymus, die de aanwezigheid van een kopie in de bibliotheek van Caesarea en bij de Nazareners in Berea meldt, zijn op dit punt dus niet vertrouwen. We hebben dus voor Irenaeus in 180/185 CE, geen melding van een evangelie bij de naam zoals we die nu kennen. Ook Marcion vernoemt geen evangeliën bij naam. De quote van Tertullianus waarna Radagast refereert, noemt geen evangeliën bij naam, maar verwijst naar de “evangeliën van de apostelen”Evangeliën “onder hun naam uitgegeven, of zelfs (onder de naam van) de volgelingen van de apostelen”.  Dit past in het tijdsbeeld. Justinus de Martelaar refereert in 150 CE ook niet naar de evangeliën onder de namen van Marcus, Mattheus, Lucas en Johannes, maar noemt ze “memoires van de apostelen”.


Auteurschap in de Geschiedenis

“Natuurlijk kan de kracht van het bewijsmateriaal altijd betwijfeld worden. In dit geval zou een dergelijke sceptische houding echter ingrijpende gevolgen hebben. De basis voor het auteurschap van veel andere geschriften uit de Oudheid is namelijk kleiner. Voor veel geschriften van Plato is de oudste bevestiging van het auteurschap Diogenes Laërtius (begin derde eeuw n. Chr.), die zich baseerde op Thrasyllus (begin eerste eeuw n. Chr.). Plato schreef zijn werken in de vierde eeuw v. Chr. Er zitten dus honderden jaren tussen het schrijven en de eerste bevestiging van het auteurschap en daarmee is hij geen uitzondering.” – Radagast de Bruine

Niet enkel aan het auteurschap van de evangeliën wordt getwijfeld, aan het auteurschap van vele geschriften uit de geschiedenis wordt getwijfeld. Schreef Paulus al de brieven die in zijn naam geschreven zijn? Kritische scholars denken van niet. Schreef Petrus de brieven 1 Petrus, 2 Petrus, de Apocalypse van Petrus en het Evangelie van Petrus? Kritische scholars denken van niet. Schreef Thomas het evangelie van Thomas? Kritische scholars denken van niet. Schreef Josephus het Testimonium Flavianum? Kritische scholars denken dat hier sprake is van een interpolatie en Jesus mythicists schrijven de passage zelfs helemaal af als een vervalsing. Schreef Shakespeare al zijn werken? Daar is dus discussie over. Schreef Johan Sebastiaan Bach al zijn werk? Ook daar is discussie over. Schreef Hitler het dagboek wat ooit is uitgebracht? Nee, het bleek later een vervalsing te zijn. Auteurschap betwijfelen is dus niet iets wat enkel beperkt is tot de evangeliën en komt terug in tal van onderwerpen variërend van de Oudheid tot de Moderne Tijd.


Datering

“Handelingen kan ons helpen bij het dateren van de evangeliën. Of het boek nu historisch betrouwbaar is of niet, een belangrijk thema in het boek is het succes van de christenen in de verbreiding van hun geloof.” – Radagast de Bruine

Historische betrouwbaarheid is juist uitermate belangrijk voor de datering. Wat ik dus betoogd heb is dat Handelingen een onbetrouwbaar historisch beeld geeft van het leven van Paulus. De auteur maakt in Lucas ook nog enkele historische fouten (Romeinse census, Quirinius, Herodes), waardoor de historische betrouwbaarheid van beide volumes in het geding komt. Vergeet niet dat de Evangeliën (en ik schaar hier voor het gemak Handelingen ook maar even bij) Grieks-Romeinse biografieën zijn en die waren minder bezig met het overbrengen van accurate geschiedenis zoals wij dat vandaag de dag kennen.

“Lukas maakt echter gebruik van het evangelie van Markus en vermoedelijk ook van het evangelie van Mattheüs, dus dat plaatst alle synoptische evangeliën vóór het jaar 62 n. Chr.” – Radagast de Bruine

Scholars hebben er natuurlijk bij stil gestaan dat Lucas van Mattheus gekopieerd zou kunnen hebben. Echter is de gedachte dat Lucas en Mattheus onafhankelijk van elkaar schreven de consensus. Mede vanwege mijn eerder genoemde argumenten voor Markian priority, zoals patterns of agreement, maar ook omdat Lucas zaken zoals het geslachtsregister zoals gevonden in Mattheus niet overneemt. Nu kan er gezegd worden dat Lucas een ander geslachtsregister geeft, namelijk dat van Maria. Waarom dat niet overtuigend is kun je hier teruglezen.

“Deze argumenten voor een vroege datering zijn natuurlijk geen sluitende, harde argumenten. Zij wijzen echter wel allemaal dezelfde richting op. Daar komt nog bij dat bepaalde passages in de evangeliën gaan over typische joodse kwesties, zoals over het offeren van een gave op het altaar (Mattheüs 5:23-24, Markus 7:11-13), de tempelbelasting (17:24-27), zweren bij de tempel (23:21), het bestaan van een begraafplaats bij Jeruzalem (Mattheüs 27:7-8), werken op de sabbat (Mattheüs 12:1-14 en parallellen) en de vraag of heidenchristenen besneden moeten worden (Handelingen 15). Deze passages zijn veel logischer in de periode vóór 70 n. Chr. dan erna.” – Radagast de Bruine

Ik zou graag willen weten waarom deze passages logischer zijn voor 70CE dan erna. De Evangeliën zijn namelijk geschreven door hoogopgeleide Grieks sprekende (en schrijvende) Christenen. De eerste volgers van Jezus waren laagopgeleide Aramees sprekende Christenen die niet konden schrijven, laat staan een boek konden opstellen in hoogwaardig Grieks. De verspreiding van de orale tradities over Jezus van het laagopgeleide Aramees sprekende Joodse plattelandsvolk naar de hoogopgeleide Grieks sprekende Christenen kostte tijd, dat ging niet over een nacht ijs. Sterker nog, de Evangeliën zijn geschreven met het idee dat de missie naar de Joden gefaald had en dat de verhalen rondom Jezus wel gehoor hadden bij de heidenen (niet Joden).

“The Gospels were written in full knowledge of the fact that Jesus’ own movement was spreading much better among Gentiles than among Jews. Thus in some ways the de-Judaized the scheme by emphasising Israel’s partial rejection of Jesus and his acceptance by a few Gentiles.” – E.P. Sanders – The Historical Figure of Jesus (p.80)

Natuurlijk vindt je het Joodse karakter van Jezus terug in de evangeliën, maar uit heel veel zaken blijkt dat het verhaal aangepast is naar de denkwereld van de Grieks-Romeinse heidenen. Het zijn Griekse geschriften en Grieks-Romeinse biografieën bijvoorbeeld, niet Aramees. Een ander voorbeeld is de maagdelijke geboorte van Jezus in Lucas, die lijkt meer gemodelleerd te zijn naar Grieks-Romeins idee, dat naar een Joods idee.

Een ander argument wat wel eens voorbij komt vliegen is dat Marcus wordt gedateerd ver voor 70CE omdat Jezus de verwoesting van de voorspelt. Kan Jezus daadwerkelijk de verwoesting van de Joodse tempel voorspeld hebben? Misschien. Misschien was het een “lucky shot”. Maar iets wat niet ongewoon is met profetieën en iets wat vaker terug gevonden kan worden wanneer je de Bijbel kritisch benadert, is dat profetieën vaak geschreven worden nadat de zogenaamde profetie uitgekomen is. Stel je voor dat ik nu een boek schrijf waarin ik de val van de Twin Towers beschrijf en ik vertel tegen iedereen en ik doe net alsof ik dat boek al geschreven had in 1999. Dit kom je bijvoorbeeld in de Bijbel tegen bij het boek Daniel:

“The book of Daniel claims to be written by a Hebrew man, Daniel, in the Babylonian Exile, around 550 BCE. In actual fact, as critical scholars have long known, it was written closer to 160 BCE. When the character Daniel in the book “predicts” what is going to happen, the real author, pretending to be Daniel, simply indicates what already did happen. And so it sounds as if the sixth-century prophet knows the future because predicted in fact came to pass” – Bart Ehrman – Did Jesus Exist? (p. 168)

Of Jezus wel of niet zijn profetie van God kreeg of dat hij de profetie kende omdat hij God was, is iets wat je op louter historische basis niet kunt bewijzen of ontkrachten. Goddelijke interventie kun je niet bewijzen of ontkrachten met de Historische Methode. De Historische Methode heeft geen theologische presupposities en kan enkel natuurlijke verklaringen geven, geen theologische. Daar is de methode niet voor bedoelt. Theologen menen toegang te hebben tot God. Historici, mits ze zich aan de regels van de Historische Methode houden, niet. Historici kunnen dus enkel uitgaan van het meest waarschijnlijke en dat is dat Marcus refereert naar de val van de Tempel en dus schrijft nadat de Tempel al gevallen is. Dit gegeven, mede met hetgeen wat ik in mijn openingsstatement noemde, zorgt ervoor dat de Evangeliën waarschijnlijk niet geschreven zijn voor 70CE.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s